Art Update


Kirchner en Nolde in het Stedelijk

Ernst Ludwig Kirchner, Negertänzerin, 1909-11 , Fränzi mit Katze, 1910

Toef Jager gaf in de NRC de tentoonstelling vier sterren. Waarom werd niet duidelijk. Behalve het nogal obligate: Vragen stellen, ook schurende vragen, houdt kunst levend, was in haar bespreking geen enkele inhoudelijke evaluatie te vinden. 
Dan Rutger Pontzen in de Volkskrant: in scherpe bewoordingen hekelde deze het gemak waarmee de samenstellers Kirchner en Nolde persoonlijk afrekenen op de misstanden van hun tijd. En en passant hun kunst reduceren tot bijzaak.
Voor Edo Dijksterhuis was vooral dat laatste onverteerbaar: Kirchner en Nolde in het Stedelijk: niet meer dan een plaatje bij een praatje, was de kop van zijn vernietigende bespreking in Het Parool.

Kon je het maar afdoen als het gekibbel van een besloten clubje!  Helaas, wat in het Stedelijk gebeurt staat voor een brede tendens die zich ook elders in het politieke en bestuurlijke leven manifesteert: de neiging om vóór alles te zorgen dat je aan de goede kant van de streep staat. En daarmee ieder risico voor te zijn. Voor de ongerijmdheden van het bestaan, iets waar de kunst het juist van moet hebben, is dan geen plaats meer. In Amsterdam is te zien waar dit toe kan leiden.

Vier jaar was er aan gewerkt. Een doorwrochte, ambitieus opgezette expositie die door het belangrijkste Nederlandse museum van moderne kunst trots werd gepresenteerd als de verse vrucht van een verlicht, eigentijds beleid. 
Was dat maar waar! Vervang dat ‘verlicht’ maar gerust door ‘benauwd’. De ontluisterende realiteit is dat, na het MoMA, na Tate Modern, na, al veel eerder, de Documenta en het Van Abbe, nu ook het Stedelijk is bezweken onder de druk van de tijd. Het museum is veranderd in een pamflettistisch-antropologisch instituut, constateerde Rutger Pontzen. Hij had het ook anders kunnen zeggen: het museum is verworden tot een bastion van politieke correctheid. Want dat is het vooral: een door bange bestuurders opgeworpen verdedigingswal tegen een onberekenbare en alsmaar machtigere publieke opinie.

Kirchner en Nolde waren exponenten van een radicale avant-garde die in de turbulente jaren vóór 1914 in het geweer kwam tegen de bekrompenheid van het conservatieve burgerlijke establishment. Reden ook waarom ze zich vereenzelvigden met alles wat onbedorven, authentiek, exotisch was. De goede smaak provoceren met rauwe, primitieve kunst, dáár ging het om. 
Hen afrekenen op de mores van hun tijd is niet alleen goedkoop, het doet ook geen enkel recht, noch aan waar ze voor stonden, noch aan hun veronderstelde slachtoffers, noch aan hun plaats in de geschiedenis. 
Bovendien, wat zeg je eigenlijk als je je afschuw uit van kolonialisme of kinderarbeid, de onderwerpen waar het in het Stedelijk met name over gaat? Veel over wie je nu wilt zijn, maar weinig of niets over waar je toen zou hebben gestaan. Wat je vooral doet is afstand nemen, je handen wassen in onschuld om samen met gelijkgestemden je zelfverklaarde goedheid te vieren.